Gezondheidszorg voor puppies

  1. Een pup kiezen
  2. Welk ras?
  3. Tips bij het uitzoeken van de puppy
  4. Waar haalt u de puppy vandaan?
  5. Uw eerste bezoek aan de fokker
  6. Mannetje of vrouwtje? Reutje of teefje?
  7. Hoe oud?
  8. Thuiskomen
  9. Een knus bed
  10. Speeltijd
  11. Brave hond
  12. Gezondheidszorg
  13. Haarverzorging
  14. Zindelijkheidstraining
  15. Voeding
  16. Veiligheid in de auto
  17. Honden en kinderen
  18. Overzicht van de eerste 12 maanden

Gezondheidszorg

Het opbouwen van een goede relatie met uw dierenartsenpraktijk is een van groot belang. U moet immers vertrouwen hebben in de persoon die uw hond zal verzorgen mocht dat nogig zijn. U moet er ook steeds terecht kunnen voor advies, de dagen dat we enkel naar de dierenarts gingen op het ogenblik dat de hondjes ziek waren is voorbij. We sluiten tegenwoordig een nauwere band met de dierenarts.

Als u niet onmiddellijk weet naar welke dierenarts u kan gaan, vraag dan raad aan vrienden of familie met dieren, die hebben waarschijnlijk al heel wat ervaring met dierenartsen in uw buurt.

Vraag uw dierenarts hoe vaak u de praktijk dient te bezoeken gedurende het eerste jaar van het leven van de pup. Regelmatige bezoeken kunnen heel handig zijn, meestal gaat het om het wegen en wordt de pup onderzocht door de medewerkers van de praktijk. Als de bezoeken aan de praktijk – en niet alleen als u om een injectie komt- prettig en plezierig zijn, zorgt u ervoor dat de pup zich er meer op zijn gemak voelt. Zo zal hij niet snel bang worden als hij in zijn later leven naar de dierenarts moet. Als ze het associëren met een goede ervaring maakt dat het bezoek voor hen ook veel aangenamer.

Zorg ervoor dat u altijd de spreekuren bij de hand hebt en vraag aan de dierenarts hoe u hem/haar kan bereiken in noodgevallen.

De dierenarts zal enkele handelingen uitvoeren bij uw pup, daarom moet u ervoor zorgen dat u vertrouwen hebt in de dierenarts.

Enkele van die handelingen zijn:

  • Vaccinaties
  • Controle op parasieten (bepaalde parasieten kun je thuis ook vinden terwijl je de kitten kamt of borstelt)
  • Identificatie
  • Sterilisatie

Vaccinatie: Elke puppy moet tijdens het eerste jaar op bepaalde ogenblikken gevaccineerd worden, vraag aan de dierenarts wanneer dat precies is. De vaccinatie is vooral tegen hondenziekte, hondenhepatitis, leptospirose, para-influenzavirus, parvovirus (=kattenziekte). De vaccinaties zullen zich nog jaarlijks herhalen bij een volwassen hond.

Controle op parasieten: Verschillende soorten wormen, vlooien, teken en mijten kunnen het leven van het klein hondje niet gemakkelijk maken, daarom is het belangrijk regelmatig de vacht en de stoelgang te controleren. Bij regelmatig dierenartsbezoek moet u deze parasieten niet vrezen, want de dierenarts zal zeker op tijd en stond aanraden om een ontwormingsmiddel toe te dienen en zal zeker ook telkens controleren op andere ongewenste bezoekers. Pas zeker op als de hond een teek zou hebben, wij raden namelijk aan om zo snel mogelijk de teek te verwijderen, maar wees voorzichtig en zorg ervoor dat alles van de teek meekomt anders kan dit zeer nare gevolgen hebben. Contacteer in dit geval onmiddelijk de dierenarts of om beter te voorkomen dan te genezen, ga naar de dierenarts om de teek te laten verwijderen.

Identificatie: Het is zeker nuttig dat u de puppy laat chippen. Wat is chippen? Dat is een klein apparaatje (zo groot als een graankorrel) dat via een spuit onderhuids ingeplant wordt. Op dit elektrische apparaatje staan de gegevens van de eigenaar. De hond kan zo zeer vlug teruggevonden worden.

Sterilisatie: Een teefje moet gesteriliseerd worden, een reu wordt gecastreerd. Voor de reu houdt de castratie niet veel in, het is een kleine routineklus waarvan hij na enkele uren gerecupereerd is. Een teefje daarentegen moet gesteriliseerd worden wat natuurlijk een moeilijkere ingreep is, het teefje is hier achteraf ook wat suf van en zal normaalgezien niet vlug terug beweeglijk zijn.

Neem onmiddellijk contact op met de dierenarts als u bepaalde symptomen waarneemt zoals:

  • minder eetlust
  • braken
  • diarree
  • hoesten of moeilijke ademhaling
  • bloedingen
  • lusteloosheid
  • overmatig krabben of zeer rode huid
  • overmatig drinken
  • moeilijkheid bij het plassen

Ga terug naar boven.